Valkerij - Alles over roofvogels
Banner Kadotip: Roofvogel workshop
Valkerij - Alles over roofvogels
Valkerij - Alles over roofvogels

Ethiek der Valkerij / Het houden van Roofvogel / Pro – Anti

De onderstaande tekst is met toestemming overgenomen uit het boek "Dit is valkerij". Het is een hele lap tekst maar geeft naar onze mening perfect weer wat valkerij precies is. Daarnaast wordt stilgestaan bij argumenten die tegenstanders nogal eens trachten te benutten om de valkerij op onterechte wijze, negatief te profileren. Tevens bevat het waarschuwingen voor een ieder die denkt dat roofvogels het perfecte huisdier zijn.

8. ETHIEK VAN DE RELATIE MENS – ROOFVOGEL

‘Hij die valkerij wenst te leren moet drie kwaliteiten bezitten: van vogels houden, interesse voor hen hebben en goed en vriendelijk voor hen zijn.’ Henri de Ferrières (1379)

8.1. Valkerij en de roofvogelpopulatie – rehabilitatie van wilde roofvogels

In tegenstelling tot wat nog steeds wordt beweerd, is de valkerij in België, Nederland en de meeste andere Europese landen honderd procent zelfvoorziend. De knowhow voor het fokken van roofvogels heeft zich immers de laatste decennia enorm ontwikkeld. Dit betekent dat alle vogels waarmee valkeniers werken inmiddels gekweekt worden, zodat er geen invloed is op de wilde populaties. Het vangen van vogels en het roven van nesten liggen dus voorgoed in het verleden. Het zou niet alleen onwettelijk maar ook absurd zijn een roofvogel uit het wild proberen te halen, terwijl het aanbod van gekweekte roofvogels zo groot en de prijzen zo laag geworden zijn. Maar zelfs in vroegere tijden, toen alle vogels voor de valkerij nog uit het wild werden gevangen, is er nooit een populatie echt door bedreigd geweest. Daarom is dit in een aantal landen onder bepaalde voorwaarden nog steeds wettelijk toegestaan. Soms kunnen er bijvoorbeeld een beperkt aantal jongvolwassen roofvogels gevangen worden. Aangezien de helft hiervan in het wild door voedselschaarste de winter niet overleeft, heeft dit in principe geen invloed op de populatie. Vaak worden deze vogels ook na een of twee jachtseizoenen opnieuw vrijgelaten.

Natuur- en dierenbescherming liggen mij zeer na aan het hart. Door valkerij te beoefenen heb ik enorm veel over de natuur geleerd en ik vind beide passies, dierenwelzijn en valkerij, perfect verenigbaar in mijn leven. Jammer genoeg worden de valkeniers in ons taalgebied nog steeds ten onrechte als een bedreiging voor de natuur en voor het welzijn van wilde roofvogels beschouwd. Mensen die geen enkel idee hebben van wat valkerij precies inhoudt, zien ons maar al te vaak als een bende vogelmishandelaars en -sjacheraars. Dit heeft tot gevolg dat gekweekte vogels van valkeniers regelmatig onterecht in beslag genomen worden. De echte bedreigingen voor wilde roofvogels, zoals de grootschalige vernieling van hun leefmilieu en de vergiftiging van hun prooidieren, worden daarentegen maar weinig aangepakt.

Ik kan goed begrijpen dat mensen die een hart hebben voor de dieren en de natuur het houden van roofvogels veroordelen, wanneer ze alleen maar in contact komen met niet-educatieve roofvogeldemonstraties op ongeschikte plaatsen zoals kermissen, die het publiek de indruk geven dat je een roofvogel best als een soort huisdier kunt houden. Het is dan ook te betreuren dat iedereen gemakkelijk en goedkoop aan een gekweekte roofvogel kan komen, met alle gevolgen van dien (zie hoofdstuk 4.1. Aanschaf van een vogel, Bedenkingen). Maar dat alles is geen valkerij!

De inzet en de goede bedoelingen van natuurbeschermingorganisaties zijn zeker te waarderen, maar het is belangrijk dat ze leren open te staan voor samenwerking met allen die met de natuur begaan zijn en op dit gebied kennis en ervaring te bieden hebben. Hieronder vallen zeker zij die zich bezighouden met de traditionele valkerij. Het is absurd dat vele mensen van de vogelbescherming vaak niet eens een dialoog willen aangaan, laat staan samenwerken met anderen die hun leven met hart en ziel aan roofvogels wijden. Zeer vele valkeniersgroepen over de hele wereld doen inspanningen om bedreigde soorten te helpen en te herintroduceren. Vele roofvogelbiologen hebben een achtergrond van valkerij of gebruiken technieken die valkeniers hebben ontwikkeld. Ook al werden er vroeger veel roofvogels uit het wild gevangen, toch heeft de valkerij ook een enorme bijdrage geleverd om wilde roofvogels te redden, nadat een aantal soorten onder meer door het gebruik van landbouwgif bijna waren verdwenen. Valkeniers uit verschillende landen hebben toen bijvoorbeeld hun slechtvalken samengebracht in een broedprogramma, met als doel en resultaat dat de nakomelingen konden worden uitgezet. Dit waren de eerste belangrijke successen in het fokken van roofvogels in gevangenschap. In Groot-Brittannië zijn op deze manier ook de haviken opnieuw geïntroduceerd. Voor het ogenblik groeien de roofvogelpopulaties in de meeste landen gelukkig weer goed aan.

In heel veel landen werken valkeniers en vogelbescherming intussen succesvol samen om roofvogels in het wild te ondersteunen. In Engeland worden jaarlijks zo'n 2000 gekwetste wilde roofvogels door valkeniers verzorgd. De helft hiervan wordt opnieuw in de vrije natuur uitgezet. Ongeveer 20% sterft aan zijn verwondingen en bij 25% moet men euthanasie toepassen. Voor 5% is het niet meer mogelijk ze terug los te laten, maar wel ze een goede levenskwaliteit te bieden in gevangenschap. In Groot-Brittannië gebruiken alle organisaties die aan roofvogelrehabilitatie doen hierbij valkenierstechnieken!

In België daarentegen willen de meeste vogelbeschermingorganisaties niets met valkeniers te maken hebben en zelfs de valkerij het liefst zo snel mogelijk afgeschaft zien. De vooroordelen, die teruggaan op onwetendheid of op mistoestanden die ook eerlijke valkeniers een doorn in het oog zijn, zijn enorm. Als men echter oprecht begaan is met roofvogels, zou men aan het Engelse systeem een voorbeeld moeten nemen. Er moet dringend een brug geslagen worden tussen deze twee groepen, die uiteindelijk hetzelfde doel voor ogen hebben, namelijk roofvogels te ondersteunen en te beschermen. De mensen van de vogelbescherming zouden moeten inzien dat ze van de millennia praktijkervaring in het houden en verzorgen van roofvogels, die door generaties valkeniers is doorgegeven, veel kunnen leren om roofvogels te helpen. ‘Valkeniersmethodes’ zoals het gebruik van een huif worden soms in een kwaad daglicht gesteld, terwijl ze een belangrijke hulp kunnen zijn bij de opvang van gekwetste wilde vogels. Ik twijfel er niet aan dat alle valkeniers het een eer zouden vinden om wilde roofvogels te mogen helpen, indien ze hier de kans toe kregen. Op dit moment is het ons in België wettelijk niet eens toegestaan een gekwetste vogel te verzorgen, en zelfs niet hem te verplaatsen, onderdak te bieden of naar een gespecialiseerde dierenarts te brengen.

Wat het uitzetten van roofvogels betreft, is het ook zeer belangrijk te weten dat men een roofvogel niet zonder meer ergens kan loslaten. Wanneer hij ook maar een week niet vrij heeft kunnen vliegen, is zijn lichamelijke conditie er immers sterk op achteruit gegaan. Om een vogel weer fit genoeg te krijgen om actief te gaan jagen, zijn er minstens enkele weken van dagelijkse intensieve training nodig, zoals elke valkenier die met roofvogels jaagt uit ervaring weet. Bij valken kan men een voldoende conditie zelfs alleen bereiken door ze op een loer te vliegen of te ‘hacken’. Ik vraag me af hoeveel mensen van de vogelbescherming deze methodes kennen, laat staan ze aanwenden... In Vlaanderen waarschijnlijk geen enkele, omdat ze principieel niets met de valkerij te maken willen hebben. Het is echt een slecht idee een roofvogel die te weinig spieren heeft, bijvoorbeeld na het herstellen van een verwonding, zomaar in het wild los te laten, en dit zeker in de herfst of de winter. Ook een vogel die ten dele door mensen is grootgebracht, bijvoorbeeld omdat hij als jong op de grond gevonden werd, is ongeschikt om in de vrije natuur uit te zetten. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij in het wild niet paren, en zelfs als hij heeft leren jagen is de kans groot dat hij mensen gaat opzoeken voor voedsel.

Natuurlijk moet men een grote inspanning doen om gekwetste vogels na verzorging terug in de vrije wildbaan te brengen, want er sterven veel vogels door menselijke oorzaken: wegen, verkeer, elektriciteitsdraden, grote ramen… en natuurlijk de aantasting van hun leefmilieu. Toch moet men bij de rehabilitatie rekening houden met de normale gang van zaken in de natuur. De hoeveelheid roofvogels in een bepaald gebied wordt beperkt door het voorhanden zijn van prooi. Een populatie roofvogels brengt ieder jaar jongen groot, maar keert ongeveer tot zijn oorspronkelijke aantal terug wanneer de winter het voedsel schaars maakt. De populatie blijft dus vooral genetisch en fysiek gezond doordat zwakkere individuen sterven. Indien een populatie gezond is en de bronnen (voedsel, nestplaatsen, enzovoort) constant blijven, heeft het niet veel zin er meer individuen aan toe te voegen of echt zwakke vogels opnieuw te introduceren. In de winter kunnen er toch maar een bepaald aantal overleven, zodat men hiermee niets bijdraagt aan de gezondheid of de grootte van het roofvogelbestand, maar alleen het aantal sterfgevallen verhoogt. De enige manier om een beperkte maar gezonde populatie echt te ondersteunen is haar voedselbronnen en haar habitat te verbeteren en de bedreigingen, veroorzaakt door de mens, te verminderen. Voor men roofvogels op een bepaalde plaats (terug) in het wild uitzet, moet men dus een zeer goede kennis hebben van de plaatselijke wilde populatie en haar habitat, en er zeker van zijn dat er een overschot aan overlevingsbronnen is.

8.2. Roofvogels in gevangenschap houden

Vele mensen stellen de vraag waarom men absoluut roofvogels in gevangenschap wil houden om ermee gaan te jagen. Dit is moeilijk uit te leggen aan mensen die dit nooit meegemaakt hebben. De ervaring van het samenwerken met een jachtvogel is niet te beschrijven. Het geeft een uitzonderlijk gevoel het vertrouwen te genieten van een roofvogel en hem te zien jagen, een gevoel van eenheid met de natuur. De enige manier om valkerij te ‘proeven’ is door met een valkenier mee op jacht te gaan... Tegenstanders begrijpen vaak niet waar valkerij nu precies om draait. Daarom zal ik in dit hoofdstuk proberen samen te vatten wat wij uit de valkerij kunnen leren.

Vooreerst moeten de omstandigheden waarin valkeniers hun roofvogels houden verduidelijkt worden. Het kan bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen zijn waarom de vogels dikwijls met een kort touw aan hun poten worden vastgezet. Dit doen valkeniers zeker niet uit gemakzucht of ongevoeligheid, maar omdat het vaak de enige manier is om een roofvogel te houden en ermee te kunnen werken. Zeker als de vogel niet volstrekt rustig is, is het in het belang van zijn veiligheid en gezondheid om hem op deze manier te houden. Vele roofvogels kunnen op korte afstand een hoge snelheid ontwikkelen. Indien ze aan een langer touw zouden worden gebonden, kunnen ze hun poten ernstig kwetsen of zichzelf in het touw draaien, met alle gevolgen van dien. Indien men een nerveuze roofvogel die niet getraind is in een normale volière zet, zal hij zich zeker verwonden en zijn veren breken. Dit belet niet dat rustige vogels na hun training vaak wel in een aangepaste volière gehouden kunnen worden. Ook vraagt men zich soms af waarom roofvogels aan hun poten worden vastgebonden. Men kan ook de vraag stellen waarom wij onze honden aan hun nek vastmaken om ermee te gaan wandelen. Het is duidelijk dat dit het sterkste deel van hun lichaam is, zodat ze er weinig last van ondervinden als ze aan de leiband trekken. Voor onze roofvogels geldt hetzelfde. Ze hebben heel sterke poten, die bedekt zijn met een hoornachtige laag, die ze extra stevig maakt.

Het kan zielig lijken dat de vogels vastzitten en maar weinig bewegingsvrijheid hebben, maar het is een vergissing te denken dat een roofvogel graag de hele dag wil rondvliegen. Zoals alle roofdieren vangen roofvogels maar af en toe een prooi. Wanneer ze niet moeten jagen, trachten ze zoveel mogelijk energie te sparen door rustig te blijven zitten. Dit maakt dat ze zich gemakkelijk kunnen aanpassen aan een leven waarin hun bewegingsruimte een groot deel van de tijd beperkt is. Ze zullen niet ‘voor het plezier’ gaan vliegen, maar alleen in functie van het vinden van voedsel, om contact te leggen met een partner of om hun territorium te verdedigen. Valkeniers voorzien in de behoeften van hun vogels door ze dagelijks vrij te laten vliegen, ze tijdens het jachtseizoen te laten jagen en ze daarbuiten fit te houden door ze op een loer of een balg, of naar de hand te laten vliegen. De training, waarin de vogels aan een lijn worden gevlogen, duurt meestal niet langer dan een maand, soms zelfs maar twee tot drie weken. Daarna krijgen de vogels dagelijks een periode waarin ze los kunnen vliegen, waarna ze hun rantsoen voedsel voor die dag krijgen en op hun vaste plaats worden gezet. Ze weten dat ze daar veilig zijn en rustig kunnen blijven zitten om hun eten te verteren. Zo sparen ze energie voor de volgende ‘jacht’, de dag daarop. Deze vogels zijn werkelijk niet zo slecht af!

Zelfs vroeger, toen men volwassen jachtvogels uit het wild ving, leerden die terug te komen naar de valkenier, hoewel ze thuis waren in de vrije natuur. Het is dus niet zo dat onze gekweekte vogels alleen naar ons terugkomen omdat ze het leven in het wild niet kennen. Als men met roofvogels wil samenwerken, kan men ze ook niet domineren. De valkenier moet hun vertrouwen winnen en hen correct behandelen, indien hij wil dat ze terugkeren wanneer ze vrij worden gevlogen.

Sommige mensen beweren zelfs dat wij onze vogels ‘uithongeren’ om ze te laten ‘gehoorzamen’ of ze bij ons terug te krijgen, maar waarom zouden valkeniers hun vogels dan urenlang afdragen en veel tijd met hen doorbrengen om een vertrouwensband op te bouwen? Een uitgehongerde vogel zou ook nooit de prestaties kunnen leveren die wij van hem verwachten. Een valkenier streeft ernaar de natuurlijke conditie van elke roofvogel zo dicht mogelijk te benaderen en hem zo fit mogelijk te krijgen. Roofvogels in het wild zullen boven een bepaald gewicht ook niet gaan jagen, omdat ze dan genoeg reserves hebben en die liever willen sparen. Daarom moeten we voor onze roofvogels een ‘vlieggewicht’ bepalen, het maximumgewicht waarop de vogel enthousiast zal vliegen. Vaak ligt het vlieggewicht van een ervaren jachtvogel trouwens hoger dan het gemiddelde gewicht van dezelfde vogel in het wild.

Wanneer havikachtigen worden gevlogen, krijgen zij effectief een stukje vlees, iedere keer als ze op de handschoen landen. Dit is een vorm van training door ‘positieve gedragsversterkers’, de manier waarop ook de meeste honden tegenwoordig worden getraind. Bij roofvogels kan men de beloningen natuurlijk niet zo gemakkelijk afbouwen als bij honden, omdat zij normaal gesproken niet in een sociaal verband leven. De inspanning van het vliegen kost hen ook vrij veel energie, dus moeten ze telkens een goede reden hebben om het te doen. De meest intelligente roofvogels kunnen overigens ook getraind worden zonder voedsel op de hand te krijgen.

Valkeniers proberen werkelijk hun vogels een zo goed mogelijke huisvesting en verzorging te bieden. De kennis daaromtrent is al eeuwenlang doorgegeven en wordt nog steeds geperfectioneerd dankzij nieuwe hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld telemetrie en astroturf.

Natuurlijk zijn er nog veel mensen die roofvogels houden terwijl ze daar niet de nodige kennis en tijd voor hebben, en het is begrijpelijk dat wie met hen in contact komt een zeer slecht beeld kan krijgen van de valkerij. Maar behalve de vogels zijn ook de echte valkeniers hiervan het slachtoffer. Wij zouden liever dan wie ook deze praktijken zien verdwijnen, maar daarom moet de hele valkerij nog niet worden afgeschaft! Het houden van honden wordt toch ook niet verboden omdat vele mensen slecht voor hun honden zorgen. Dat er helaas honden mishandeld worden, betekent toch niet dat mensen die hun leven en liefde met een hond willen delen, dit ook niet meer zouden mogen? Hetzelfde geldt voor roofvogels, die al eeuwenlang in talloze culturen als geliefde jachtpartner van de mens worden gehouden.

Iedereen is het er natuurlijk over eens dat er strengere normen zouden moeten komen voor het houden van roofvogels, maar de echte valkeniers zouden deze samen moeten kunnen bepalen, omdat zij de enigen zijn die weten hoe men een roofvogel het best kan houden en verzorgen. Men zou bijvoorbeeld iedere beginneling eerst een stage kunnen laten lopen of een examen laten doen, voordat hij een vogel mag aanschaffen. Zelfs een eenvoudig theoretisch examen zou al beter zijn dan niets. Op die manier kan het houden van roofvogels toch al beperkt worden tot mensen die hiertoe de basiskennis bezitten en bereid zijn er een inspanning voor te doen. Zo kan de reputatie van de valkerij, die in kringen van vogelbescherming steeds weer ter discussie wordt gesteld, opnieuw verbeteren. Het huidige Nederlandse systeem zou ideaal kunnen zijn, indien men ook voor het houden van roofvogels een valkeniersakte zou moeten verkrijgen, maar er anderzijds geen beperking meer zou staan op het aantal valkeniersaktes en op de soorten gekweekte vogels waarmee men mag werken.

Fundamentalisten onder de natuurbeschermers zijn soms van mening dat alleen de bescherming van de wilde populatie het contact van mensen met wilde dieren kan rechtvaardigen. Hierbij moet men bedenken dat de kloof tussen mens en dier in onze tijd toch al zeer groot is. Het begrip voor de dieren en voor de wilde natuur is snel aan het verdwijnen. De mens heeft contact met dieren nodig om hun schoonheid en waarde te leren kennen. Dit wil zeker niet zeggen dat iedereen zomaar wilde dieren kan gaan houden en dat wij onbeperkt in bossen en natuurgebieden zouden mogen rondrennen, maar men moet er wel voor waken de kloof tussen mens en natuur niet groter te maken dan hij al is. Wij mensen moeten opnieuw leren dat we in de natuur niet alleen toeschouwers zijn, maar dat we volkomen afhankelijk zijn van de natuurlijke systemen en er absoluut deel van uitmaken. Mensen die in steden opgroeien zonder de natuur te leren kennen, hebben vaak geen begrip voor de natuurlijke loop van het leven. Indien ze alleen op een afstand in contact komen met de dierenwereld, zullen ze er vaak niet veel van begrijpen en er dus ook nooit het belang van kunnen inschatten. Men kan niet met de natuur vertrouwd worden door alleen boeken te lezen en documentaires te bekijken, men moet er ook kunnen ‘instappen’. Mensen moeten van jongs af aan de natuur en haar werking leren aanvoelen en begrijpen, dat is de enige manier om weer meer respect voor de natuur te laten groeien.

Roofvogels zijn wat dit betreft enorm krachtige symbolen, omdat ze sterk en onafhankelijk zijn en niet door de mens gedomineerd kunnen worden. Educatieve demonstraties en voordrachten van valkeniers kunnen kinderen en volwassenen dan ook veel bijbrengen over de werking van de natuur. Sommige valkeniers zijn zelfs bereid die gratis in scholen aan te bieden. Zelfs mensen die niet erg geïnteresseerd zijn in de natuur, blijken geboeid hun aandacht te kunnen houden bij een educatieve uitleg die ze anders saai zouden vinden, wanneer zij een zo prachtig en indrukwekkend dier als een roofvogel van nabij kunnen aanschouwen. Het dier zelf heeft daar helemaal geen last van, zolang dit in een rustige atmosfeer gebeurt, omdat het geleerd heeft mensen en hun omgeving niet als een bedreiging te zien.

Valkerij is een fantastische manier om te leren begrijpen hoe belangrijk onze natuurlijke omgeving en alle relaties daarin zijn, en om natuurlijke systemen echt te leren kennen. Met een roofvogel samenwerken leert ons enorm veel over onze plaats in die natuur. De valkenier moet geduld en doorzettingsvermogen leren. Valkerij laat alle emoties aan bod komen: vreugde, opwinding, frustratie, teleurstelling... en ook dankbaarheid, dat een wild dier bereid is ons te accepteren. De ervaring van het werken met roofvogels doorprikt de menselijke arrogantie, die gelooft alles onder controle te kunnen hebben, en is voor de mens die eraan gewend is gehoorzaamd te worden een les in nederigheid. Mensen, honden en paarden kunnen leren ‘gehoorzamen’, maar voor een roofvogel is de mens enkel een jachtpartner. Wanneer mijn woestijnbuizerd tijdens de jacht hoog in de lucht hangt of in het bos tussen de bomen verdwijnt, is het alleen de band die hij met mij als jachtpartner heeft die hem zal doen terugkeren, plus het feit dat ik hem altijd voedsel en een rustig en veilig onderkomen garandeer op het einde van de dag. Een goed getrainde roofvogel verschilt alleen van een wilde roofvogel in het feit dat hij geleerd heeft de aanwezigheid van de mens te tolereren en met hem een interactie aan te gaan.

De echte valkeniers in Nederland en België vormen misschien maar een kleine groep, maar zowel op wereldvlak als historisch gezien is en blijft de valkerij belangrijk. Ze is zeker geen uitstervende sport, de valkerij leeft!

8.3. Jagen met roofvogels

Vandaag de dag is het in de westerse wereld geen probleem meer om vlees op tafel te brengen. Het doel van het jagen met roofvogels is dan ook niet om met veel wild naar huis te komen, maar om de vogel zijn natuurlijke instinct te laten uitleven en dit schouwspel te kunnen bewonderen en erbij te leren.

De valkerij is een jachtvorm die wilde prooipopulaties niet bedreigt. Wat een valkenier in een dag hard werken kan vangen is verwaarloosbaar tegenover wat een geweerjager in dezelfde tijd kan schieten. De meeste valkeniers zijn al heel gelukkig als hun vogel per dag enkele mooie achtervolgingsvluchten kan doen en één prooi vangt. Daarbij komt nog dat roofvogels zoveel mogelijk zwakke en zieke prooien uitkiezen, die waarschijnlijk toch zouden omkomen. Een zwak dier in een groep wordt door hen onmiddellijk herkend en geselecteerd. Wanneer men dus niet overdreven veel op een terrein jaagt, heeft de valkerij geen impact op de populaties van prooidieren. Bovendien moeten valkeniers de jachtwetten volgen, die het wild beschermen. Roofvogels zijn ook vrij effectieve jagers: de achtervolging is meestal tamelijk kort en de prooi zal waarschijnlijk snel gedood worden ofwel heelhuids ontsnappen.

Het aantal dieren dat jaarlijks omkomt op onze wegen is enorm groot. Naast de verkeersdoden sterven ook vele dieren door milieuvervuiling. En dan zijn er nog onze niet-gecontroleerde jagers, de gedomesticeerde katten. Ook zij doden zeer veel beschermde vogels en andere dieren, vaak zonder dat hun eigenaars zich hiervan bewust zijn. Wat roofvogels vangen is in vergelijking hiermee verwaarloosbaar. Zelfs het dierenleed dat andere vormen van jacht veroorzaken is hiermee vergeleken zeer klein. Toch is er nauwelijks protest tegen het houden van katten. De kwestie wordt als te delicaat gezien omdat zovele mensen katten houden, maar dezelfde mensen spreken zich soms wel uit tegen elke vorm van jacht.

Wat velen het meest stoort aan de jacht is waarschijnlijk het feit dat mensen er plezier aan hebben. Het dierenleed dat door een kat wordt veroorzaakt vinden ze niet zo erg, omdat niemand er aardigheid in heeft behalve de kat, die daar dan wel het recht toe heeft. Katten vangen ook alleen kleine dieren, naast vogels vooral ratten en muizen, die minder emoties opwekken. Maar het genot van de valkenjacht ligt ook niet in het feit dat er dieren worden gedood, maar in de hele jachtervaring, inclusief de voorbereiding, de training en de herinneringen achteraf. Ook alles wat men bijleert over de prooidieren en de jachtomgeving vormt een boeiend aspect van de valkerij, daarom hebben de valkeniers hier ook veel respect voor.

Er zijn natuurlijk mensen die het doden van dieren waar ze enige affectie voor voelen in alle gevallen afkeuren, of enkel met vlees kunnen omgaan als het in plastic verpakt is. Konijnen moeten volgens hen beschermd worden, maar ratten of insecten niet. Deze mensen begrijpen niet veel van de natuur, want de dood is een integraal en natuurlijk onderdeel van het leven en zorgt ervoor dat populaties gezond blijven en dat vernieuwing mogelijk is. Er is niets ‘akeligs’ aan een roofdier dat zijn prooi vangt, want die prooi heeft de kans gehad op een natuurlijk leven. Naar mijn mening is het veel akeliger dat miljoenen dieren zonder enige bewegingsvrijheid in gebouwen worden gekweekt voor onze consumptie. Dan eet ik veel liever wat mijn roofvogel gevangen heeft…

Vele valkeniers werken ook op plaatsen waar overlast heerst van bepaalde dieren, zoals duiven in en rond gebouwen of meeuwen op stortplaatsen. De prooien worden dan door de aanwezigheid van een roofvogel weggejaagd uit een omgeving waar zij van nature toch niet thuishoren. De roofvogel hoeft slechts af en toe een prooi te slaan om er bij diens soortgenoten de schrik goed in te krijgen, zodat ze naar andere gebieden verhuizen. Dit is de natuurlijkste en aangenaamste manier om overlast te bestrijden, en ze is meestal effectief. Voor de roofvogels is dit werk ook goed, omdat ze hierbij de mogelijkheid krijgen elke dag te jagen, en niet alleen in het jachtseizoen.

Informatie aanvragen

Wilt u meer informatie over ons en over onze dienst overlast- bestrijding, klik dan op informatie aanvragen.
 
footer

Zoeken

footer

Volg ons op:

TwitterHyvesFacebook
 
footer

Laatste nieuws

06-01-2016
Miltvuur nog tot op de dag van vandaag een bedreiging!
 
footer